Cepetor 1 mg/ml

Cepetor 1 mg/ml is een oplossing voor injectie voor honden en katten, te gebruiken als sedatie of premedicatie voor algehele anesthesie. Cepetor 1 mg/ml behoort tot de diergeneesmiddelen die uitsluitend door dierenartsen mogen worden toegediend (UDD).

Cepetor 1 mg/ml heeft als registratienummer NL 10457.

Indicatie

Honden en katten:

  • Sedatie om de hanteerbaarheid te vergemakkelijken. Premedicatie voor algehele anesthesie.

Katten:

  • In combinatie met ketamine: voor algehele anesthesie bij kleine chirurgische ingrepen van korte duur.

Contra-indicatie

Honden en katten:

Niet gebruiken bij dieren met:

  • Ernstige cardiovasculaire aandoeningen of respiratoire aandoeningen of verminderde lever- of nierfunctie
  • Mechanische obstructies van het maagdarmstelsel (torsio ventriculi, incarceraties, slokdarmobstructie)
  • Zwangerschap, Diabetes mellitus
  • Shock, vermagering of ernstige verzwaktheid

Niet tegelijkertijd gebruiken met sympathicomimetische amines.

Niet gebruiken bij bekende overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of een van de hulpstoffen.

Niet gebruiken bij dieren met oogproblemen, waarbij een verhoging van de intraoculaire druk schadelijk is.

Dosering

Cepetor 1 mg/ml is een oplossing voor injectie.

Honden:

Intramusculaire of intraveneuze injectie.

  • Voor sedatie moet het product worden toegediend met een hoeveelheid van 750 µg medetomidine hydrochloride i.v. of 1000 µg medetomidine hydrochloride i.m. per vierkante meter lichaamsoppervlak. Gebruik onderstaande tabel om de juiste dosering te bepalen op basis van lichaamsgewicht: Het maximale effect wordt bereikt binnen 15-20 minuten. Klinisch effect is dosisafhankelijk en duurt tussen de 30 en 180 minuten. Zie de bijsluiter voor een tabel met Cepetor doseringen naar aantal kg lichaamsgewicht.
  • Voor premedicatie: 10 – 40 µg medetomidine hydrochloride per kg lichaamsgewicht, overeenkomend met 0,1 – 0,4 ml per 10 kg lichaamsgewicht. De precieze dosis hangt af van de combinatie van geneesmiddelen die wordt gebruikt en de dosering(en) van de andere geneesmiddel(en). Verder dient de dosis te worden aangepast aan het type ingreep, de duur van de procedure en het temperament en gewicht van de patiënt. Premedicatie met medetomidine zorgt voor een significante verlaging van de dosering van het benodigde inductiemiddel en doet de benodigde hoeveelheid vluchtig anestheticum voor onderhoud van anesthesie afnemen. Alle anesthetica die worden gebruikt voor inductie of onderhoud van anesthesie dienen op effect toegediend te worden. Voordat er geneesmiddelcombinaties worden gebruikt moet de productliteratuur van de andere producten worden bestudeerd. 

Katten:

Intramusculaire injectie.

  • Voor matig-diepe sedatie en beperking van katten dient het product te worden toegediend in een dosis van 50 – 150 µg medetomidine hydrochloride /kg lichaamsgewicht (overeenkomend met 0,05 – 0,15 ml Cepetor / kg lichaamsgewicht).
  • Voor anesthesie dient het product te worden toegediend in een dosis van 80 µg medetomidine hydrochloride /kg lichaamsgewicht (overeenkomend met 0,08 ml Cepetor / kg lichaamsgewicht) en 2,5 tot 7,5 mg ketamine /kg lichaamsgewicht. Bij deze dosering treedt anesthesie op binnen 3 – 4 minuten en blijft deze aanhouding gedurende 20 – 50 minuten. Voor ingrepen die langer duren moet de toediening worden herhaald door de helft van de aanvankelijke dosering toe te dienen (dus 40 µg medetomidine hydrochloride (overeenkomend met 0,04 ml Cepetor /kg lichaamsgewicht) en 2,5 – 3,75 mg ketamine /kg lichaamsgewicht) of enkel 3.0 mg ketamine / kg lichaamsgewicht. Als alternatief, voor langer durende ingrepen, kan de anesthesie worden verlengd door toediening van de inhalatie-anesthetica isofluraan of halothaan, met zuurstof of zuurstof/ stikstofoxide.

 

Samenstelling

Eén ml bevat:

Medetomidine hydrochloride 1 mg

Cepetor 1 mg/ml is verkrijgbaar in een flacon van 10 ml.

Bijwerkingen

Honden en katten:

Bradycardie met atriaventriculaire blok (eerste- en tweedegraads) en van tijd tot tijd extrasystole. Vasoconstrictie van de kransslagader. Verminderde cardiac output. Bloeddruk zal na toediening eerst toenemen en vervolgens terugkeren naar de normale bloeddruk, of een iets lagere bloeddruk. Sommige honden en de meeste katten zullen braken binnen 5-10 minuten na injectie. Katten kunnen ook braken tijdens de herstelperiode. Overgevoeligheid voor harde geluiden is waargenomen in enkele individuen. Verhoogde diurese. Hypothermie. Mydriasis. In zeldzame gevallen is pulmonair oedeem waargenomen. Ademhalingsdepressie, cyanose, pijn op de plaats van injectie en spiertremor kunnen optreden. In individuele gevallen reversibele hyperglycemie door onderdrukking van de insulinesecretie.

In geval van circulatoire en respiratoire depressie kunnen handmatige ventilatie en zuurstoftoediening geïndiceerd zijn. Atropine kan de hartfrequentie doen toenemen. Bovengenoemde bijwerkingen kunnen vaker voorkomen bij honden met een lichaamsgewicht van minder dan 10 kg.

Indien u ernstige bijwerkingen of andersoortige reacties vaststelt die niet in deze bijsluiter worden vermeld, wordt u verzocht uw dierenarts hiervan in kennis te stellen.

Bijsluiter

Download de bijsluiter.

Download PDF