Cepedex 0,5 mg/ml

Cepedex 0,5 mg/ml is een heldere, kleurloze oplossing voor injectie voor honden en katten met als werkzame stof dexmedetomidinehydrochloride. Dit diergeneesmiddel is geïndiceerd voor immobilisatie, sedatie en analgesie bij diverse ingrepen bij honden en katten. Cepedex 0,5 mg/ml behoort tot de diergeneesmiddelen die uitsluitend door dierenartsen mogen worden toegediend (UDD).

Cepedex 0,5 mg/ml heeft als registratienummer:

Nederland:   REG NL 119069
België: V423285
  EU/2/16/200/005-006

Indicatie

  • Niet-invasieve, matig tot gemiddeld pijnlijke procedures en onderzoeken waarbij immobilisatie, sedatie en analgesie vereist zijn bij honden en katten.
  • Diepe sedatie en analgesie bij honden bij gelijktijdig gebruik van butorphanol voor medische en kleine chirurgische ingrepen.
  • Premedicatie bij honden en katten voorafgaand aan inductie en handhaving van algehele anesthesie.

Contra-indicatie

  • Niet gebruiken bij dieren met cardiovasculaire aandoeningen.
  • Niet gebruiken bij dieren met ernstige systeemziekten of bij dieren in de stervensfase.
  • Niet gebruiken bij bekende overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of voor één van de hulpstoffen.

Dosering

Het diergeneesmiddel is bedoeld voor:

  • Honden: intraveneus of intramusculair gebruik
  • Katten: intramusculair gebruik

De dosis dexmedetomidine is gebaseerd op het lichaamsoppervlak en is afhankelijk van de gewenste mate van sedatie.

In de bijsluiter vindt u de verschillende doseringsschema's voor honden en katten.

Samenstelling

Eén ml bevat:

Dexmedetomidine hydrochloride 0,5 mg

Methylparahydroxybenzoaat (E 218) 1,6 mg

Propylparahydroxybenzoaat 0,2 mg

Bijwerking

Op grond van zijn α2 -adrenerge werking veroorzaakt dexmedetomidine een verlaging van de hartfrequentie en de lichaamstemperatuur. Bij sommige honden en katten kan een vertraging van de ademhalingsfrequentie worden waargenomen. Er werden enkele zeldzame gevallen van pulmonair oedeem gemeld. De bloeddruk zal aanvankelijk stijgen en daarna terugkeren tot normaal of beneden normaal. Als gevolg van perifere vasoconstrictie en veneuze desaturatie, kan bij normale arteriële oxygenatie een bleke en/of blauwachtige verkleuring van de slijmvliezen worden waargenomen. Braken kan optreden 5-10 minuten na injectie. Sommige honden en katten kunnen ook braken bij ontwaken uit de narcose. Tijdens sedatie kunnen spiertremoren optreden. Tijdens sedatie kunnen vertroebelingen van het hoornvlies optreden (zie ook de rubriek over Speciale voorzorgsmaatregelen voor gebruik bij dieren). Als dexmedetomidine en ketamine met een interval van 10 minuten na elkaar worden gebruikt, kan bij katten soms een AV-blok of extrasystole optreden. Te verwachten ademhalingsproblemen zijn bradypneu, een intermitterend ademhalingspatroon, hypoventilatie en apneu. In klinisch onderzoek kwam hypoxemie vaak voor, met name gedurende de eerste 15 minuten van de anesthesie met dexmedetomidine/ketamine. Na dergelijk gebruik zijn braken, hypothermie en nervositeit gerapporteerd. Wanneer dexmedetomidine en butorphanol bij honden gelijktijdig worden gebruikt, kunnen de volgende bijwerkingen optreden: bradypneu, tachypneu, een onregelmatig ademhalingspatroon (20-30 sec. apneu gevolgd door verscheidene snelle ademhalingen), hypoxemie, spiertrekkingen of tremor of fietsbeweging, excitatie, hypersalivatie, kokhalzen, overgeven, urinelozing, huiderytheem, een plotselinge opwinding of een langdurige sedatie. Ook is aritmie met brady- of tachycardie gemeld. Hieronder vallen mogelijk ook sinusbradycardie, 1e en 2e graads AV-blok, sinusarrest of -pauze en atriale, supraventriculaire en ventriculaire premature complexen. Bij gebruik van dexmedetomidine voor premedicatie bij honden kunnen bradypneu, tachypneu en braken optreden. Ook is aritmie met brady- en tachycardie gemeld, waaronder uitgesproken sinusbradycardie, 1e en 2e graads AV blok en sinusarrest vallen. Supraventriculaire en ventriculaire premature complexen, sinuspause en een 3e graads AV-blok kunnen in zeldzame gevallen worden waargenomen. Als dexmedetomidine gebruikt wordt als premedicatie bij katten, kunnen braken, kokhalzen, bleke slijmvliezen en een lage lichaamstemperatuur voorkomen. Een intramusculaire dosering van 40 mcg/kg (gevolgd door ketamine of propofol) had vaak sinus bradycardie en sinus aritmie tot gevolg, werd soms gevolgd door een 1ste graads atrioventriculair blok en werd zelden gevolgd door supraventriculaire premature depolarisaties, atriale bigeminus, sinus pauzes, 2de graads atrioventriculair blok, of “escape” slagen/ritmes.

Bijsluiter

Download PDF